Br. Rangel over zijn leven in ‘s-Hertogenbosh

24 September was br. Rangel te gast bij Bisschop De Korte van ‘s-Hertogenbosch die Bisschop Secco van bisdom Willemstad op bezoek had. Daar heeft br. Rangel in het kader van het jaar van de ontmoeting tussen Franciscus van Assisi en de Sultan het boek ‘Franciscus van Assisi ontmoet de Sultan’ aangeboden. Dit voorjaar is de Nederlandse vertaling van dit boek verschenen.

De Bisschop vroeg of br. Rangel iets kon vertellen over hoe hij na 20 jaar in Megen te hebben gewoond zijn leven als franciscaan nu in ‘s-Hertogenbosch ervaart. Op die vraag is het volgende antwoord gekomen.

In de ontmoeting met God in de stad, ontmoet ik mezelf op een nieuwe manier.

In de 20 jaren van mijn leven als Franciscaan in het klooster van Megen was mijn ontmoeting met God heel anders dan nu in een stad. In de stille momenten die het klooster van Megen aanbood was mijn leven gericht op de contemplatie. De stilte van het klooster staat daar echter niet op zichzelf en is ook niet het einddoel van het bidden. Franciscus was uitgezonden om de mensen het Evangelie te brengen. Maar wat is dat: de mensen het Evangelie brengen? Dat is de mensen zeggen dat ook jij gezien wordt in de ogen van Heer zoals Franciscus ook gezien en bemind werd. Een deel van onze Franciscaanse spiritualiteit is de verbondenheid met heel de schepping. Dit deel opent voor mij de weg van evangelisch leven om dieper de verbinding te maken met al wat er bestaat tussen alle schepselen. In God onze Schepper zijn wij allen broeders en zusters voor elkaar. Met die open houding was ik luisterend en biddend aanwezig bij al de mensen die in het klooster van Megen kwamen. Deze mensen vroegen om ondersteuning van hun gebeden en ik heb met vreugde mijn leven daar gedeeld. Er was ook bezinning en helderheid hoe zij zich hierin door ons in het klooster gedragen mochten weten.

Het gebed, de toewijding, eenvoud, aandacht, verwondering en stilte van onze Franciscaanse spiritualiteit heb ik in Megen met vreugde kunnen beleven. De contemplatieve dimensie daar is voor mij een gerichtheid naar de spirituele omvorming. Telkens ontmoet ik mezelf daar op een nieuwe manier in de stilte.

Niets doen en toch doen. Als biddende Franciscaan erken ik veel van psalm 122.  De bidder van deze psalm, de psalmzanger, maakt een bedevaart naar Stad Jeruzalem mee. Voor de vrome Jood was dat een godsdienstige plicht. De psalmist kijkt op en verwondert zich over deze stad met haar huizen die schouder aan schouder staan. Een hoofdstad om trots op te zijn.

Het is druk in de stad, dit centrum van godsdienstige en nationale eenheid. ’s-Hertogenbosch lijkt een beetje van die stad. Ons nieuwe Stadsklooster staat nog aan het begin van alles. Vaak staan de deuren van het Stadsklooster open waar men in die plek daar de eenheid mogen vormen. Onze deur staat open voor alle mensen van welke religie ook. Liefst wil ik dat de deur meer open staat.

En dan het evangelie brengen? Ja dat kan. Want als een StadsFranciscaan komen mensen op je af. Vooral het habijt nodigt uit voor gesprek. Mensen in de stad willen weten en horen van Gods liefdevolle tegenwoordigheid, waar het leven hongert en dorst in al zijn volheid. Ik leerde dat ik niet alleen moet zéggen dat God hen ziet en bemint, maar dat ook menen, en niet ook menen, maar aan hen duidelijk uitleggen dat er in hen ook iets bestaat dat gered kan worden, dat kostbaarder is dan ze misschien denken, dat zij zelf in een nieuwe zelfbewustzijn kunnen ontwaken. Nieuw vertrouwen geven. Ik ontmoet mezelf hierin dat zij mijn vriendschap verwachten. Maar ook het gevoel geven dat ik hun zie. Een vriendschap die hun laat aanvoelen dat God hen ook zien en bemind.

Wij leven in de tijd van de psalmist van psalm 122. Wij hoeven ons bij het bidden niet meer te oriënteren op Jeruzalem, in de richting van een tempel van hout en steen. Wij gaan op naar de komst van Gods Woord, nu hier in deze stad, om God weer te mogen ontmoeten op een nieuwe manier.

De deuren van de kerken en kloosters moeten meer open voor deze stad. Laat ons als kloosterlingen, pastores, diakens en priesters de mensen van de kerk uitnodigend verwelkomen zodat er vertrouwen kan ontstaan. Ook daar kunnen wij als religieuzen God weer op een nieuwe manier ontmoeten, ook in een grote stad. De noden van de stad kunnen we meer in onze liturgie en viering betrekken. Zo kunnen Kerk en Stad één worden.

Broeder Rangel OFM

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.