Preek Beloken Pasen

In deze weken waarin er geen openbare zondagse mis kan plaatsvinden, plaatsen we wekelijks de lezingen en de overweging op de website.

EERSTE LEZING: Hand. 2,42-47
De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

TUSSENZANG : Ps. 118
Refrein: Brengt dank aan de Heer,
want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen!

Herhaalt het, stammen van Israël:
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, zonen van Aäron:
eindeloos is zijn erbarmen!

Herhaalt het, dienaren van de Heer:
eindeloos is zijn erbarmen!
Zij stootten mij weg en sloegen mij neer,
maar Hij heeft mij ondersteund.

Mijn kracht en mijn sterkte is de Heer,
Hij is het die mij verlost.
Nu klinkt er gejuich van feest en geluk
in alle tenten der vromen.

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.
Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
wij zullen hem vieren in blijdschap.

TWEEDE LEZING: 1 Petr. 1,3-9
Dierbaren, gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht gij op het heil, dat al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Maar die zijn nodig om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, uw geloof, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.

EVANGELIE: Joh. 20,19-31
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelde hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot Hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan, die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

PREEK
Het verhaal uit de Handelingen van de apostelen doet een beetje denken aan hoe we hopen dat de samenleving ná de lockdown zal zijn: je ziet een samenleving, die zich niet meer op laat jagen, die weliswaar weer kan vliegen, maar het belangrijk vindt om het dicht bij huis te zoeken, die ontdekt heeft hoe juist de meeste kwetsbaren belangrijk voor ons zijn en daarom extra vrijgevig zijn en meer geven aan mensen die het behoeven.

De wonden die het virus hebben geslagen, hebben ons bewust gemaakt, dat het anders moet, én anders kán. Maar zal die droom het houden, als de wonden van de lockdown, uit het gezicht verdwijnen en de herinnering aan de vele doden en de angst vervaagt??

Momenten van crises, kunnen ons wakker schudden, en bewust maken, dat we anders  moeten leven. Maar momenten van crisis, kunnen ook wonden opleveren, die ons voorzichtig of misschien zelfs angstig maken, om ons kwetsbaar op te stellen; een angst voortbrengen, die niet leidt tot meer léven, maar tot afstandelijkheid én dan bedoel ik meer dan die anderhalve fysieke meter.

Thomas is zo’n mens misschien wel. In wiens leven wonden zijn geslagen. Hij heeft een goede vriend verloren. En waarom? Waarom moest Jezus sterven? Thomas, had Jezus nog gewaarschuwd: Hij had  nog gezegd , toen Jezus naar Jeruzalem wilde gaan: “ Laten wíj dan ook maar gaan, om met hem te sterven!” Jezus wás zijn vriend, maar hij voelde zich misschien ook wel door Jezus verraden. Want waarom moest Jezus zo nodig naar Jeruzalem? Waarom moest hij zo nodig tot het uiterste gaan?  Wist hij dan niet dat het uit de hand zou lopen?  Maar nee hoor, Jezus vond zijn missie, belangrijker dan zijn vrienden. Jezus zélf liet zien vrienden in de steek, door tot het einde te gaan! En Thomas had hem nog zo gewaarschuwd.

Boosheid en verdriet om z’n vriend rollen over elkaar heen in zijn lijf. Misschien was hij  daarom ook niet bij de andere leerlingen. Hij wilde het verdriet alleen verwerken. Niet meer herinnert worden aan de pijn. De boosheid om de volharding van Jezus tegen zijn advies in, maar ook de pijn om het verlies van goede vriend én het verlangen om niet méér gekwetst te worden door die herinneringen, maken dat hij zich verre houdt van zijn vrienden..

Maar toch.. blijkbaar knaagt er iets in hem. De liefde, de vriendschap die hij ervaren heeft, dat kán toch niet allemaal verloren zijn, zomaar, NIETS meer!?!?

Thomas, is niet de enige in de wereld, die gewond is, en die gefocust blijft op de wonden, en niet meer in het leven en de liefde gelooft.

Hoeveel mensen lopen er niet rond, die ontgoocheld zijn in de liefde: door het stuklopen van relaties, waar wegen uiteenliepen. Waar vriendschap bedrog leek en het gemis en het verlies van een geliefde/een vriend(in) angstig maakt om je opnieuw te binden.

Het zijn misschien wel die wonden die ook Jezus in zijn lichaam draagt: De wonden van de liefde. Want werd ook Jezus niet teleurgesteld in de trouw en liefde van mensen?! Ook Jezus, kende het verdriet van mensen, die de leegte van het gemis en de dood in hun eigen lichaam en leven kennen.

Het is misschien daarom ook juist Jezus, die Thomas tot zich roept, om de wonden te zien en te voelen. Niet om hem terécht te wijzen. Maar om hem te helpen, dat de dood, de ontgoocheling niet het laatste woord heeft.

Ja, het doet soms pijn om lief te hebben. Heftige pijn, waar je misschien zelfs wel bijna van onderdoor gaat! En, het bréngt allerlei beproevingen met zich mee (zoals we ook in de brief van Petrus hoorde). Maar wie de liefde heeft ervaren, en daarin al een stukje van de hemel heeft ervaren weet ook, dat de liefde waard is om geliefd te worden: dat we daardoor weer openstaan voor het léven.

De wonden zijn er! Maar de littekens van de wonden geven ook aan dat we gegroeid zijn, en als we met líefde in plaats van verharding naar onze teleurstelling in die liefde kijken we ook weer zullen geloven, dat we die Geest mogen ontvangen om de ander (en misschien ook onszelf) te vergeven en liefde weer een káns te geven.

Zalig zij die (nog) niet zien en tóch geloven! En dat wij elkaar daarin, de ruimte geven, en onze gekwetstheid niet het laatst laten zijn, maar als geheelde littekens een begin van een nieuw leven, die ons blijvend herinneren dat liefde en zorg om elkaar het in Jezus Naam zullen winnen!

br. Roland Putman ofm

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.