Preek Heilige Maria, Moeder van de Kerk

In deze weken waarin er geen openbare zondagse mis kan plaatsvinden, plaatsen we wekelijks de lezingen en de preek op de website zodat je thuis op deze manier toch kunt meevieren.

OPENINGSWOORD

In de Naam …

De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met ons allen.

Vandaag – tweede Pinksterdag – vieren we de gedachtenis van de Heilige Maria, Moeder van de Kerk. In 2018 heeft paus Franciscus dit feest ingesteld. Op het eerste gehoor een wellicht wat vreemde combinatie, maar de gedachtenis Maria als Moeder van de Kerk kan steunen op een lange traditie, die aansluit bij het gebeuren van Pinksteren. Wanneer de heilige Geest neerdaalt over de apostelen is Maria daar ook bij. Zij is getuige van de geboorte van de Kerk.

Dat daarbij uit de Bijbel gelezen wordt uit het boek Genesis over de situatie in het paradijs, met de zondeval is niet vreemd: “De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden”. En in het evangelie – over Jezus’ dood aan het kruis – wordt Maria toevertrouwd aan de geliefde leerling en omgekeerd. Zo wordt zij Moeder van de geloofsgemeenschap. Zowel de Geest als het moederschap van Maria zijn geschenken van Jezus aan zijn Kerk.

Voorzover wij te weinig geleefd hebben vanuit ons kindschap Gods, bidden wij de Heer om ontferming.

Pinksteren, icoon Hüsstege

EERSTE LEZING: Gen 3, 9-15.20
Nadat Adam in de tuin van Eden van de boom gegeten had riep God de Heer de mens en vroeg hem: ‘Waar zijt gij?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde uw donder in de tuin, en toen werd ik bang, omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’ Maar God de Heer zei: ‘Wie heeft u verteld dat gij naakt zijt? Hebt ge soms gegeten van de boom die Ik u verboden heb?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw, die Gij mij als gezellin gegeven hebt, zij heeft mij van die boom gegeven, en toen heb ik gegeten.’ Daarop vroeg God de Heer aan de vrouw:‘Hoe hebt ge dat kunnen doen?’ De vrouw zei: ‘De slang heeft mij verleid, en toen heb ik gegeten.’ God de Heer zei toen tot de slang: ‘Omdat ge dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt, onder alle tamme dieren en onder alle wilde beesten! Op uw buik zult ge kruipen en stof zult ge vreten, alle dagen van uw leven! Vijandschap sticht Ik tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en het hare. Dit zal uw kop bedreigen, en gij zijn hiel.’ De mens noemde zijn vrouw Eva, want zij is de moeder geworden van alle levenden.

EVANGELIE: Joh. 19, 25-34
Intussen stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op. Jezus wist dat alles thans volbracht was. Daarom zei Hij – want de Schrift moest ten volle in vervulling gaan – ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een kruik met zure wijn. Ze doopten er een spons in, staken die op een hysopstengel en brachten die aan zijn mond. Toen Jezus van die wijn gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf Hij de geest. Omdat het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat er op sabbat lijken aan het kruis zouden hangen – het was nog wel een heel bijzondere sabbat – vroegen ze aan Pilatus of men hun de benen mocht breken en hen weghalen. Daarop kwamen de soldaten de benen breken van zowel de eerste als de tweede die met Hem gekruisigd was. Maar toen ze bij Jezus kwamen en zagen dat Hij al dood was, braken ze zijn benen niet. Wel doorstak een van de soldaten met een lans zijn zijde, en meteen kwam er bloed uit en water.

PREEK
In zijn boek ‘Raak de wonden aan. Over niet zien en toch geloven’ geeft Thomas Halik, een Tsjechische theoloog en filosoof, een beschouwing over Jezus’ dood aan het kruis onder de titel ‘Het voorhangsel scheurt’.
Hij schrijft daar: “Volgens het evangelie scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden toen Jezus stierf”, – althans zo staat het bij de synoptici – en niet in het fragment uit het evangelie van Johannes zoals we dat zojuist hoorden.
Halik gaat verder: “Het voorhangsel van de tempel scheurde doormidden en daardoor werd de naaktheid, de duisternis en de leegte van het heilige der heiligen geopend. De geopende en lege tabernakels op Stille Zaterdag in onze kerken doen denken aan deze twee diep met elkaar verbonden symbolen: – het blootgelegde heilige der heilige van de tempel – en Jezus’ hart, geopend door de lans van de Romeinse hoofdman.
Ook Jezus’ hart is nu leeg. Er vloeiden bloed en water uit. “De commentaren van de kerkvaders zien daarin de oorsprong van de sacramenten van de doop en de eucharistie”, aldus Halik. Ook wordt in die commentaren nogal eens gezegd dat zoals Eva werd geboren uit Adams geopende zijde en – zoals we hoorden – moeder is geworden van alle levenden, dat zo uit de geopende zijde van Christus de ‘eeuwige vrouw’, de kerk werd geboren. Maria, die onder het kruis staat en op sommige afbeeldingen de ‘heilige graal’ vasthoudt, de kelk die het bloed uit Christus’ hart opvangt, daarin ziet men Maria als symbool van de kerk.

Maar in het evangelie van vanmorgen hoorden we ook hoe Jezus – hangend aan het kruis – twee mensen die Hij het meest liefheeft aan elkaar geeft. Zij worden uitgenodigd elkaar te aanvaarden in een nieuwe familierelatie. Hij richt zich tot zijn moeder en zegt: “Vrouw, zie daar uw zoon”. En tot de leerling: “Zie uw moeder”. Maar daarmee wordt die leerling de belichaming, de vertegenwoordiger van alle leerlingen voor wie Jezus zijn grote liefde toont; en de moeder van Jezus vertegenwoordigt zo, samen met alle leerlingen, de Kerk, Gods nieuwe gelovige gemeenschap, ja: zij wordt Moeder van de Kerk.
Na deze woorden tot zijn moeder en de geliefde leerling, spreekt Jezus de woorden “Het is volbracht” en geeft Hij de geest.
Jezus geeft de Geest door aan ons en wij mogen ons geborgen weten in Gods Geest.

Maar dat blijven loze woorden, als het bij woorden blijft. En dat geldt ook voor de gedachtenis van vandaag ‘Maria, Moeder van de Kerk’. Voor mij geldt dan dat de kerk als geloofsgemeenschap – maar ook wel als instituut – een wat meer moederlijk karakter zou mogen uitstralen:
een kerk waar iedereen zich welkom mag voelen, ongeacht afkomst, geaardheid, man of vrouw;
een kerk die warmte uitstraalt en niet de kilte van de leer en de regels; een kerk, een geloofsgemeenschap die door ieder ervaren wordt als een thuis,
een gemeenschap die – gedreven door Gods Geest – naarstig op zoek is naar vrede en gerechtigheid en daaraan blijft werken, juist ook voor de minsten in onze samenleving; een kerk waar iedereen – letterlijk en figuurlijk – op verhaal mag en kan komen, waar de woorden van God gedeeld worden en waarin de zin van het leven en het bestaan oplicht, in de erkenning van God, onze Schepper, de Gever van alle goeds.

Mogen wij ons daarbij spiegelen aan Maria, de moeder van de Verlosser, de moeder van ons, de moeder van de Kerk – op de adem van Gods Geest.

Amen.

br. Ton Peters ofm

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.