Transitusviering

De transitusviering van het Franciscusfeest hebben we in kleine kring kunnen vieren. Hieronder is de viering te lezen en te zien, hopend dat het velen tot inspiratie en bemoediging mag zijn.

Transitus van Franciscus 2020

Geef ons heden ons dagelijks brood, uw beminde zoon Jezus Christus.
(uit uitleg van Onze Vader van Franciscus)

Inleidend woord van Br. Hans van Bemmel OFM
Broeders en zusters,
zoals destijds de eerste zusters en broeders, zijn ook wij hier vanavond verzameld rond Franciscus en zijn transitus naar het land van de levenden. Ik heet u namens onze Stadsklooster van harte welkom.

Ik besef dat veel gelovigen, door het afzien van de sacramentele communie afgelopen jaar, een groot offer hebben moeten brengen. Maar zij deden het om de bescherming van de gezondheid en veiligheid van onze naasten.

Iedere Eucharistie heeft verschillende dimensies. Primair als een maaltijd. En daar is niet mis mee. Want tijdens ons samenkomen wordt immers het laatste Avondmaal geactualiseerd. Tijdens die maaltijd met zijn vrienden heeft Christus de viering van de Joodse Paasmaaltijd omgebogen naar zichzelf. Hij maakt mensen vrij tot liefdevolle dienstbaarheid.

Iedere Eucharistie vieren wij ook de offerende zelfgave van Christus. Zijn hele bestaan wordt bepaald door de dienstbaarheid van de Vader en alle mensen. Tijdens het laatste Avondmaal wordt dat in beeld gebracht. Brood wordt gebroken en wijn gaat rond als teken van delende, schenkende en vergevende liefde. Het gaat om de totale offergave van Christus. Jezus schenkt zijn leven als consequentie van zijn trouw aan de roeping van de Vader. Tijdens het delen van het brood wordt het ene unieke offer van Christus, in kracht van Gods Geest, tegenwoordig gesteld.

Franciscus was er diep van doordrongen dat hij zijn leven als geschenk van God gekregen had. Dat bepaalde zijn levensvisie; de manier waarop hij in het leven stond. Wat kunnen wij van Hem leren? Ook als het gaat om het brood dat velen gebeden hebben om te ontvangen maar wegens de corona epedemie niet konden ontvangen?

Laten we daar in deze viering samen stil staan.

(Antwoord van Broeder Roland:)

Als het gaat om het brood en brood-nodige, zou  Franciscus uit het Evangelie van Johannes met Jezus kunnen zeggen:  (Johannes 4:34)
‘Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.’

Zo bad Franciscus  ook onder het kruis van San Damiano, om duisternis Zijn opdracht te leren kennen. Bij het maken van definitieve regel, wilde Franciscus van vele kruimels (wat hij aan regeltjes en verlangens vond) één hostie maken.

Welke kruimel van wat wij doen, of willen doen zouden wij bij willen dragen om daar met Franciscus Gods zegen over te vragen? Om daar gezegend Brood van te maken om te delen?

Transitus van Franciscus.

Uit Herinneringen aan broeder Franciscus, 22
Franciscus’ leven, Thomas van Celano, 217

Op een nacht had Franciscus bijzonder veel te lijden van zijn smartelijke kwalen. De pijnen waren zo hevig dat hij niet kon slapen. Tegen de morgen nam de pijn wat af en liet hij alle broeders die daar woonden, bij zich komen. Hij liet zijn blik peinzend over hen heengaan en kwamen hem, in hen, al zijn broeders voor ogen. Beginnend bij de eerste de beste broeder legde hij hun toen ieder zijn rechterhand op het hoofd en zegende hen. En in hen zegende hij alle broeders die in de broederschap waren en er ooit in de toekomst nog in zouden komen. Hij kon er zich maar moeilijk bij neerleggen dat het hem niet gegeven was vóór zijn dood zijn zonen en broeders nog terug te zien. Nadat hij allen gezegend had, vroeg hij hen wat broden te brengen en zegende die. Zoals de Heer immers op de donderdag voor zijn dood met zijn apostelen de maaltijd had willen gebruiken, zo wilde ook Franciscus vóór zijn dood hen zegenen en in hen alle broeders althans vóór zijn dood hen zegenen en hun dat gezegende brood laten eten alsof ze het in zekere zin samen aten met al hun andere broeders. Want terwijl die dag een andere dag was, zei hij zelf tegen de broeders dat hij dacht dat het donderdag was. Terwijl zijn broeders zo bitter weenden en ontroostbaar waren, liet hij zich wat brood brengen sprak de zegen uit en brak het brood. Hij vroeg uit het evangelie van Johannes te lezen vanaf de plaats die begint met “Het paasfeest was op handen”. Zo nodigde hij ook alle schepselen uit de Heet te prijzen en door de woorden die hij ooit zelf gedicht had, spoorde hij hen aan God lief te hebben. Ja zelfs de dood zelf, toch voor iedereen verschrikkelijk en afschuwelijk, spoorde hij tot die lofprijzing aan. Opgetogen ging hij de dood tegemoet en nodigde hij haar bij zich uit: “Wees welkom, mijn zuster dood.” En nodigde zijn broeders uit om het lied van zuster dood te zingen:

Lied van zuster Dood
gezongen door de broeders

Geprezen o Heer, en geloofd en gedankt
om uw Schepselen die U dienen.
Laudate et benedicete mi Signore. Laudate.

Wees geprezen mijn Heer,
om ’t geheim van zuster Dood:
Onontkoombaar, vreeswekkend, bevrijdend.
Zij die leven in uw wil
ondergaan geen tweede dood.

Wees geloofd en gediend in need’righeid.
Geprezen O Heer, en geloofd en gedankt
om uw Schepselen die U dienen.
Laudate et benedicete mi Signore. Laudate.

Op het moment van zijn sterven, waren zijn broeders en zuster Jacoba uit Rome aanwezig. Zo goed en zo kwaad als het ging, hief hij de psalm aan “Ik roep de Heer aan met luide stem”.

Laten wij daarom nu ook psalm 142 bidden:

Psalm 142
door allen

Antifoon:
Allerheiligste ziel,
bij wiens ‘transitus’ de hemelbewoners toesnellen,
het koor van de engelen juicht
en de heilige Drievuldigheid zegt uitnodigend:
Blijf bij ons tot in eeuwigheid.

koor om koor

Ik roep tot de Heer met luider stem,
luid smeek ik de Heer om genade.*
Ik stort mijn klacht voor zijn aanschijn uit.

Ik spreek voor zijn aanschijn van mijn nood.*
Bijna verlies mij de moed;
en gij weet hoe en waarom.

Wanneer ik mijn weg wil gaan*
vind ik valstrikken uitgezet.
        
Zie of er een helper is, en ontdek*
hoe iemand zich om mij bekommert.

En elke bijstand is mij ontvallen,*
niemand die nog aan mij leven hecht.

Tot U roep ik, Heer;
Ik zeg: mijn toevlucht zijt Gij,*
mijn God en al in het land der levenden.

Luister mij geschrei,*
Ik ben aan het eind van mijn krachten;

Verlos mij van mijn vervolgers,*
zij zijn voor mij te sterk.

Bevrijd mij uit mijn gevangenis,*
en ik prijzen zal ik uw naam.

Rechtvaardigen zullen mij verheugd omstuwen;*
want Gij hebt mij welgedaan;

Antifoon:
Allerheiligste ziel,
bij wiens ‘transitus’ de hemelbewoners toesnellen,
het koor van de engelen juicht
en de heilige Drievuldigheid zegt uitnodigend: Blijf bij ons tot in eeuwigheid.

–        Franciscus sterft

Eindelijk kwam dan dat moment.

Nadat de geheimen van Christus zich aan hem voltrokken hadden, steeg hij gelukzalig op naar de Heer.

Stilte

Bezinning van Broeder Rangel OFM.
Wij mensen, een ademtocht, een briesje in de eeuwigheid, we leven en sterven, generatie na generatie. Tegelijkertijd dragen we allen een eeuwig Mysterie in ons mee. Een Mysterie, onzichtbaar, onmeetbaar.
Bij Franciscus zien we hoe zijn verlangen naar dit Mysterie zijn hele leven bepaalt. God is een verbond met hem aangegaan en Hij met God. In Jezus Christus ziet Hij dat Mysterie oplichten en staat verwonderd over zoveel liefde voor ons, kleine mens. Daarop antwoorden is de werkelijkheid die meer en meer Zijn leven wordt, je begeven in die oneindige zee van zo’n grote liefde, daarvoor Zegen en deelt hij brood en laat alles los, daar vertrouwt hij op, gelooft hij in, volgt hij zijn hart.
En wij, ook voor ons is er dat verbond van God, ook wij, ja aan ieder van ons, zegt God:’ Ik geef je brood. Mijn brood of meer mijn BEMINDE ZOON.
Maar ja, zijn we daar mee bezig? We zijn gefocust op een heel andere werkelijkheid lijkt het. We moeten vooruit, de mensheid moet vooruit, we moeten technisch vooruit, evolutionair vooruit. Het geloof, ach ja dat hebben we gehad, daar zijn we vrij van. We willen vooruit, wat is dat, gaan we ook moreel vooruit, is onze vrijheid ook gericht op bevrijding van anderen of toch vooral gericht op eigen verlangens en begeerten? Het lijkt er ook een beetje op dat in onze seculiere tijd we helemaal op onszelf zijn aangewezen.
Maar we zijn geen geïsoleerde individuen, ieder wordt geboren in verbondenheid met anderen, toch neemt eenzaamheid toe, ook vanuit het besef, niemand heeft mij nodig. Wat is de zin van dit alles?
En toch er kan een keerpunt komen, langzaam, door de ervaring van jezelf, je innerlijk, zie je dat je betrokken bent op het Mysterie dat boven je uitgaat. Vaak kom je dat Mysterie op het spoor in grenssituaties, dan schrik je op, je hele bestaan wankelt, grenssituaties als leven en dood, lijden, strijd, coronavirus in de wereld. In die schrik, in de ervaring van je kwetsbaarheid krijg je een vermoeden van Gods kloppen op jouw deur. Je kunt je ervan afkeren, het zoveel mogelijk buiten jezelf houden, of je kunt je laten raken en kiezen voor het volgen van je verlangen naar die diepste verbondenheid die je vermoedt. Ieder kan daar voor kiezen, ieder op haar/zijn eigen wijze en dan begint als het ware een proces naar die diepste innerlijkheid, naar waar aan je hart wordt geklopt.
Je gaat die weg naar de diepte en komt anderen tegen waarmee je het vermoeden van je oorsprong kunt delen, zo groeit er verbondenheid, tegelijk is er ook de nodige eenzaamheid, daartussen balanceer je.

In een zijn eerste wijsheidwoord zegt Franciscus;
De Heer Jezus zegt tot zijn leerlingen: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven­; niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij zeker ook mijn Vader kennen; en van nu af zult gij Hem leren kennen en gij hebt Hem al gezien. ‘De Vader woont in ontoegankelijk licht, en God is Geest  en niemand heeft God ooit gezien. Daarom kan Hij alleen maar in de Geest gezien worden, want het is de Geest die levend maakt het vlees is van geen enkel nut. Maar ook de Zoon wordt in datgene, waarin Hij gelijk is aan de Vader, door niemand op een andere manier gezien dan de Vader of op een andere manier dan de Heilige Geest.

Gaat het dan om het delen? Ja brood met elkaar delen? Ongetwijfeld ook, maar veeleer gaat het om vertrouwen, geloof. Vertrouw je Hem, vertrouw je wat Hij zegt, vertrouw je wat je doet in Zijn Naam?

Als dat vertrouwen, dat geloof er niet is, kan er ook niets gebeuren, kan Hij je niet voeden, niet verzadigen. Dan blijf je op je honger. Dan kom de vraag geef mij heden…Dan komt het gebed geef ons heden ons dagelijks brood. Het brood is wezenlijk, de woorden en gebaren ook. Maar ze kunnen hun wonderbare en verlossende werking enkel krijgen als wij instemmen met en beamen in de Geest.

Daarom zegt Franciscus; het de Geest van de Heer, die in zijn gelovigen woont, Hij is het, die het allerheiligste lichaam en bloed van de Heer ontvangt.

En zoals Hij zich aan de heilige apostelen toonde in echt vlees, zo toont Hij zich ook nu aan ons in heilig brood. De beminde Zoon Jezus Christus. En zoals zij met de kijk van hun vlees alleen maar zijn vlees zagen maar met geestelijke ogen schouwend, geloofden dat Hij God was, Laten zo ook wij, die met lichamelijke ogen brood zien, zien en vast geloven dat het zijn levende en echte allerheiligste lichaam is. Op deze wijze is de Heer dan ook altijd bij zijn gelovigen, zoals Hij zelf zegt: ‘Zie, Ik ben bij u tot de voltooiing van de wereld’ .

Zegening van het brood

Gebed des Heren
door allen

Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede op aarde
zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade. – Amen.

Uitdelen van het brood

Slotgebed
door allen

Geef ons heden ons dagelijks brood,
uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus,
om te gedenken, te beseffen en te eerbiedigen
de liefde die Hij voor ons heeft gehad
en alles wat Hij voor ons
heeft gezegd, gedaan en gedragen.
Amen.

Luisterlied: Zonnelied
gezongen door Branduardi

Enkel U komt toe o Heer alle glorie alle eer.
Goede Vader wees gezegend en geloofd.
Enkel U wordt niet te licht het allergrootste toegedicht
en wij buigen voor U nederig het hoofd.

Wees geprezen goede Heer en uw schepping evenzeer.
Zuster Zon haar licht en helend-warme stralen.
‘t Is een wonder wis en waar dat U ons verlicht door haar
moge zij uw goedheid naar ons toe vertalen.

Wees geloofd voor Zuster Maan en de sterren die er staan
en de nacht hun klaar en helder schijnsel geven.
Wees geloofd voor Broeder Wind die in wolken regen vindt
en verspreidt opdat uw schepping moge leven.

Wees geprezen goede Vader voor het koele reine water
Dat ons laaft en wast en droogte doet verdwijnen.
Wees geloofd ook voor het vuur
dat ons warmt in ‘t late uur
En zijn vreugde en zijn kracht op ons laat schijnen.

Wees geprezen o mijn Hoeder voor de Aarde onze moeder
die ons koestert en ons dierbaar leven geeft
vruchten vol van smaak en geuren
bloemen weelderig van kleuren
en de bomen en het gras en al wat leeft.

Wees geloofd voor hen die leven in uw liefde en vergeven
ook als onrecht en ellende hen dan honen
en gezegend ook diegenen die door vrede te verlenen
zich voor U o Vader mogen laten kronen.

Wees geprezen o mijn Heer voor ons lichaam broos en teer
dat de Dood van ‘t leven zomaar kan bestelen
want gezegend zijn ook dezen
die de Dood niet moeten vrezen
omdat zij voor altijd in uw liefde delen.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.