Preek Allerheiligen in roepingenweek

Lezingen
Apok. 7, 2-4.9-14
1 Joh. 3, 1-3
Mt. 5, 1-12a

Preek
We vieren vandaag het feest van Allerheiligen. Op deze dag vieren we alle, mannen en vrouwen die eeuwig leven voor God. Om hier een beetje een beeld bij te krijgen, hoe zij daar in hemelse sferen voor God staan, hebben we het boek Apokalyps of Openbaring van Johannes opengeslagen. In het hoofdstuk dat we uit dat boek lazen, horen we over een hondervierenenveertig duizend getekenden alleen al uit alle stammen van de kinderen van Israël. In de tijd dat dàt geschreven werd, was dat al een astronomisch getal, zoveel mensen had men in die tijd nog nooit bij elkaar gezien. Het wordt echter nog sterker aangezet, door aan te vullen dat er een menigte was, die niemand tellen kon. Het kan blijkbaar niet op: zoveel mensen er  rond God verzameld zullen zijn!

Het is een bemoedigend beeld als je naar de aantallen kijkt, die met Allerheiligen worden gevierd.  God is niet zuinig in wie hij uitnodigt, het zijn er zoveel  dat niemand het tellen kan.

Tegelijk merk ik, hoe  mijn gedachten blijven haken bij de woorden, “dat zij uit de grote verdrukking kwamen en hun gewaden hebben wit gewassen in de bloed van het Lam.”  Waarschijnlijk komt dat door het nieuws van afgelopen week, dat ik daar een vreemde smaak van in mijn mond krijgt. Bij het woord bloed en lam, denk ik aan het bloed dat gevloeid is in kerken en daarbuiten waarbij de naam van Allah is geroepen. Het is werkelijk verschrikkelijk wat daar gebeurde, en dat werd nog versterkt doordat gesproken werd over “Islamitische terreuraanslagen”.  Niet dat hier geen sprake is van ‘terreur’ en ‘aanslagen’, maar dat terreur schijnbaar “islamitisch” kan zijn.

Alsof je ook kan spreken over “christelijke terreuraanslagen”, alsof er iets ‘christelijks’ aan een terreur-aanslag zou kunnen zijn. Je kan toch niet geloven, dat  God zou willen dat kapot wordt gemaakt, en kwaad wordt gedaan aan wat God zelf geschapen heeft?  

In de brief van de apostel Johannes staat het zelf nog krachtiger. Wij zijn kinderen van een liefdevolle God! Hierbij wordt zelfs gesproken over God als een vader. Het grootste verdriet en de grootste pijn die je als vader of moeder kunt hebben, als je ziet dat jouw kind pijn lijdt, dus laat staan als je kinderen elkaar pijn doen en kwaad berokkenen.

Omgekeerd  worden we door de apostel opgroepen, om ook kinderen van God te zijn. We hebben de roeping om aan God gelijk te zijn. Door Christus zijn we kinderen van God, en zoals een kind op zijn vader of moeder lijkt, zo is het ook natuurlijk dat we als kind op God lijken. Wie heeft als kind niet gehoord, dat hij lijkt op zijn vader of moeder? Of dat hij of zij hetzelfde karakter, talent of bepaalde kenmerken heeft? En als we willen weten hoe God is, dan hoeven we ook maar naar Christus te kijken, het beeld van de liefdevolle God.

De God die waard is om in te geloven, die liever zelf lijdt, dan Die de kinderen ziet  lijden: dat zien we in hoe Jezus zijn leven voor ons geeft. Een God, die niets liever wil, dan dat wij gelukkig worden, door vanuit ons hart te leven, als broeders en zusters in Christus. De relatie met God en de relatie met elkaar vinden we in Jezus verenigd. 

Door alle eeuwen en tijden heen, gaven mensen antwoord op die stem van God om als kind van God te leven. Op bijzonder wijze zijn dat de heiligen, die ons als een voorbeeld worden voorgehouden, maar ook als een voorspraak. Ik denk dat velen van ons met hun Doop ook één of meerdere Doopnamen hebben meegekregen. Het zal waarschijnlijk een naam van een heilige zijn, ook als je ouders de naam van een familielid gekozen hebben. Bedenk maar wat uw doopnamen zijn, die als een teken van verbondenheid is meegegeven, met een familielid en meer nog met een heiligen, die je op jouw levenspad tot voorspraak of inspiratie  is.

Nu kan ik mij voorstellen dat je niet altijd iets met die heiligen hebt. Heiligen kunnen bepaalde eigenschappen hebben, die je niet zo aanspreken. Heiligen kunnen ook nog eens zo heilig zijn, dat het een onbereikbaar ideaal lijkt om ook zelf maar op heiligheid te mogen hopen? Tegenwoordig lijkt het wel of de criteria om ‘zalig’ laat staan ‘heilig’ verklaard te kunnen worden steeds hoger worden. Het is bijna alsof de heiligheid alleen voor de meeste perfecte mensen is weggelegd.  

Tegelijk vind ik het daarom juist zo mooi, om verhalen over oude heiligen te horen. Heiligen waarover prachtige verhalen zijn geschreven, maar die ook vaak hun zwakke kanten handen. Zwakke kanten of zelfs onaangename eigenschappen, die men verzweeg, of die pas later aan het licht kwamen. Zo zijn er bijvoorbeeld heiligen bekend, die nogal eens ruzie maakte: driftkoppen. Er zijn heiligen die problemen hadden met vrouwen of mannen, of soms allebei, maar ook heiligen die wat onzeker waren en die ook weleens de plank flink missloegen. Zelfs heiligen, die in hun leven oorlog hebben gevoerd, zelfs omwille van het geloof. Zij zijn zeker niet om díé reden heiligen te noemen!

Waarom dan wel? Misschien juist om die redenen die we in het Evangelie van vandaag horen. Zalig  de armen van geest, zalig de treurenden, zalig de barmhartigen, zalig de zachtmoedigen, zalig die dorsten naar gerechtigheid. Om elk van die redenen noemt Jezus ons zalig. Om elk van die eigenschappen, die ons tot mens, maken: een kind van God.  

Het is alsof hij ons zeggen wil. We zijn niet perfect of heilig voor God, omdat we zonder zonden of beperkingen of zwakke kanten zijn. We zijn heilig voor God, omdat God als een liefdevolle vader, het goede is ons ziet. God ziet waar we ondanks onze beperkingen, ons humeur, ons temperament, onze onhebbelijkheden, toch antwoord geven aan onze roeping om als kind van God te leven.

God kijkt niet naar ons onvermogen. God ziet, ook waar wij mensen, alleen maar de buitenkant en onaangename kanten van mensen zien. God ziet, zelfs in de grootste branie schopper, dat ene moment, ja alle momenten, dat hij of zij dat kleine hartje laat spreken. Elk op eigen wijze worden wij geroepen om als kinderen Gods, van die liefde te getuigen. 

Wat is het mooi, als wij naar die roeping kunnen leven en die boodschap uit te dragen. Als er een tijd is om dat uit te dragen, dan is het in deze tijd. Het is vandaag de week van Allerheiligen tot Sint Willibrord, aanstaande zaterdag. Deze week is daarom uitgeroepen om te bidden en bij onszelf na te gaan: hoe God ons roept. 

Ik denk dan aan de roeping om als diaken of priester te leven voor de gemeenschap van mensen met God en mensen onderling. Ik denk aan de roeping om als catecheet of pastoraalwerkster of werker te helpen om te geloven in het leven. Ik denk dan aan de roeping om juist als religieus in een klooster of in de wereld, door je leven te getuigen van Gods liefde. 

 Op velerlei wijze roept God ook ons, om als kinderen van God, uit te dragen dat God met liefde naar ons kijkt.  

In de zaligsprekingen worden we concreet uitgedaagd, om gehoor te geven aan Gods roep om te laten zien, in wie wij geloven.  We worden uitgenodigd om te bidden dat wij en  velen, die stem mogen verstaan.

Mogen wij in een wereld waar het geloof in God en in elkaar, soms zoveel geweld aan wordt gedaan, in ons gebed en andere werken getuigen van de zorg van God voor alle mensen. Amen.

Br. Roland Putman ofm

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.