Overwegingen Clarafeest

Dit jaar was het thema van de Claravieringen: ‘Gezegend het pad waarop mijn voeten gaan’. De teksten van de transitusviering en de overweging van de Eucharistieviering zijn hieronder te lezen. Ze zijn ook terug te zien: Transitusviering en Eucharistieviering.

TRANSITUSVIERING

Welkom en opening
Welkom aan allen hier in de kerk aanwezig en die met ons verbonden zijn via de livestream bij deze transitusviering waarin we stil staan bij het leven en sterven van Clara van Assisi.
Dit jaar is Ons Kloosterpad geopend, in etappes kun je door midden en oost wandelen van klooster naar klooster. Ons klooster mag start en eindpunt zijn van Ons Kloosterpad. Dat maakt dat hier vele pelgrims aan de deur en in het klooster komen. Vanavond gaan wij ook op pelgrimstocht en dat doen we met Clara. Want ook al leefde zij ruim 40 jaar in de beslotenheid van het klooster in San Damiano Italië, ze had de levenshouding van een pelgrim.

Verkenning van het labyrint
We zullen straks met Clara het labyrint lopen. Het is goed om eerst het labyrint wat meer te gaan verkennen. Labyrinten zijn van alle tijden en plekken.
Voorop ons boekje zien we een labyrint afgebeeld. Het is een doorlopend slingerende weg naar de kern. Onderweg kun je niet verdwalen, want je hoeft geen keuzes te maken zoals in een doolhof. En dat is tevens het grote verschil tussen een labyrint en een doolhof. In een doolhof krijg je onderweg informatie vanuit je omgeving. Een doodlopende muur laat je weten dat jouw vorige keuze niet juist was en dat je terug moet en een andere weg dient in te slaan. Dit zorgt ervoor dat jouw aandacht zich naar buiten richt. In een labyrint is er een andere beweging. Aan het begin kies je ervoor om het labyrint in te stappen en door te lopen tot je bij het centrum, het hart bent aangekomen.

Er zijn onderweg geen andere keuzes te maken, waardoor jouw aandacht naar binnen gericht kan zijn. Het draaien en keren geven je steeds een nieuw perspectief op de weg. Soms lijkt het alsof je weer terug loopt, ver van de kern afdraait om dan opeens in het midden uit te komen.
De vorm van het labyrint geeft vertrouwen dat je je bestemming ook echt zult bereiken. Maar het belangrijkste is nog wel dat je in beweging blijft, de weg is het doel, zo luidt een oude wijsheid.

Het labyrint instappen (op weg naar San Damiano)
We stappen met Clara het labyrint in. Ze laat namelijk haar beschermde en rijke adellijke bestaan achter zich in de nacht dat ze wegvlucht uit haar ouderlijk huis om in het spoor van Franciscus haar weg te gaan en zo de arme Christus na te volgen. Ze besluit te ontsnappen door een andere deur dan die normaal gebruikt wordt omdat ze bang is dat haar familie haar zal tegenhouden. Ze treft bij de andere deur zware balken aan en er is een stenen zuil tegen de deur gezet om te zorgen dat die niet meer open kan. Maar met een kracht die haar zelf verbaasd haalt ze dit alles weg en opent de deur. Nu is de weg vrij om haar diepste verlangen te volgen. Deze deur uitgaan vraagt om moed en om het overwinnen van angsten om het onbekende tegemoet te gaan. Clara heeft op dit moment nog geen idee wat het verdere leven haar zou brengen en wat zij op haar weg allemaal zou tegenkomen. Dit begint al met haar verblijfplaats. In de nacht van haar vlucht gaat ze naar de kapel Santa Maria van Portiuncula waar de broeders haar verwelkomen en ze zich met heel haar leven verbindt aan de arme Christus om Hem te volgen. Na dit moment wordt ze meteen naar de kerk van San Paolo gebracht waar Benedictinessen wonen, wachtend tot de Allerhoogste in iets anders zou voorzien. Nadat haar familie haar tevergeefs probeert terug te halen vertrekt ze na enkele dagen naar Sant Angelo di Panzo. Omdat zij hier niet echt tot rust komt verhuist ze naar het klooster San Damiano waar haar geest zich verankerd in vaste grond. Zo begint haar tocht onrustig met vele wendingen, ze laat zich leiden tot ze op de juiste plek is, het klooster San Damiano, om haar weg daadwerkelijk voort te kunnen zetten.

Het labyrint volgen (een eigen Regel)
Clara vervolgt haar weg, ze heeft nu een plek van waaruit ze verder haar innerlijke reis om de arme Christus na te volgen kan voortzetten. Veel is nog onduidelijk hoe het vorm zal krijgen, maar gaande de weg wordt het haar steeds duidelijker, zo duidelijk dat het helder wordt dat er een eigen kloosterregel, zelf noemt ze het levensmodel, moet komen omdat andere bestaande regels voor haar ten diepste niet voldoen in waar het haar om gaat. Bij deze eigen kloosterregel zijn twee zaken erg belangrijk voor Clara: namelijk de band met Franciscus en zijn broeders en het leven in armoede. Ze is vastbesloten de waarde van haar levenskeuze kerkelijk erkend te krijgen en zij wil dus hoe dan ook dit binnen de kerk formeel bevestigd wordt. Zó overtuigd is zij van de waarde van haar levenswijze, die wil zij veiligstellen voor de zusters die na haar komen. Haar kloosterleven lang werkt Clara eraan om haar kloosterregel erkend te krijgen. Ze komt op deze weg veel weerstand tegen vanuit de Romeinse curie. Maar zij blijft volhardend haar pad gaan en overtuigd zo gaandeweg de Romeinse curie.
Dit zorgt voor een levenslange grote uitdaging voor Clara om het ongebaande pad te gaan. Dat wil zeggen, het pad dat voor de wereld en de kerk ongebaand is. Maar door samen te vallen met haar diepe verlangen de Arme Christus te volgen en die trouw te volgen op een manier die niet gebruikelijk is wordt haar stukje bij beetje de weg gewezen… zo is zij pionier in haar tijd. Clara is zó krachtig dat ze zelfs kardinalen en pausen kan inspireren waar het in het leven om gaat: liefde! Door in armoede en eenvoud te leven komt zij op het pad die haar steeds dichter bij haar grootste liefde en diepste verlangen; de arme Christus brengt.

Het labyrint blijven volgen (wat houdt je gaande?)
Wat maakt toch dat Clara blijft volharden in haar levenskeuze? Ze ervaart veel weerstand op haar levenspad. Eerst al vanuit huis waar haar keuze voor een kloosterleven in eerste instantie niet aanvaard wordt. En dan de moeizame weg om haar kloosterregel goedgekeurd te krijgen door de paus. Een antwoord kunnen we vinden in een brief die Clara zelf geschreven heeft:

Houd je houvast vast, doe wat je doet en geef niet op.
Je moet met snelle stap, met lichte tred
zonder je voeten te stoten,
zodat je schreden zelfs geen stof laten opwaaien,
onbezorgd, blij en opgewekt
het pad van de gelukzaligheid voorzichtig gaan.
Geloof niemand, stem met niets in
wat je van dit voornemen wil afbrengen,
wat een struikelblok voor jou op de weg legt,
want anders kun je je geloften aan de Allerhoogste
niet inlossen in die volmaaktheid
waarin de Geest van de Heer je geroepen heeft.

En zo laat Clara zien dat je een keuze hebt welke levenshouding je aanneemt op de weg die je gaat en bij wat je onderweg tegenkomt. Op moeizame momenten is het belangrijk een anker in je leven te hebben van waaruit je levenskracht kunt putten om door te gaan en te blijven volharden. Waarvoor en waardoor ben je ooit begonnen, wat heeft jou zó geraakt dat je begonnen bent aan deze weg? En wat maakt het dus de moeite waard deze weg te vervolgen ook al ondervind je weerstand?
Clara heeft een groot vertrouwen dat boven haar uitstijgt, zo kan zij haar pad lichtvoetig blijven gaan. Daarmee geeft ze aan dat het niet aan haar is, er spreekt een overgave uit. Tijdens het gaan van de weg is het ook nodig om je niet van de wijs te laten brengen door mensen om je heen die je van je diepste roeping afhouden, blijf je afstemmen op de Allerhoogste.
Zo heeft Clara daadwerkelijk geleefd wat ze geschreven heeft. Ze liet zich leiden door haar en onze Heer. Zo werd haar leven vruchtbaar en kwam zij tot volle bloei.

Het labyrint volbrengen (overlijden)
Clara komt na een intens leven steeds dichter bij het centrum, het hart van het labyrint. Haar krachten nemen af, ze weet dat ze het aardse zal verruilen voor het hemelse. Ze wordt omringd door haar zusters, broeders en zelfs kardinalen. Aangekomen in het hart van het labyrint beseft ze dat dit niet het eindpunt is. Ze spreekt stilletjes haar eigen ziel toe: ‘Ga nu gerust mijn ziel, je hebt een goede reisgeleide. Ga, want Hij die je geschapen heeft, heeft je geheiligd’. Ze weet dat de weg verder zal gaan en geeft zich daar volledig aan over. Zuster dood wacht op haar en neemt haar mee naar de Allerhoogste.

Afsluitend gebed
God, barmhartige Vader,
de weg die U
met de heilige Clara begonnen zijt,
hebt U ook in haar voltooid.
U bent immers de weg,
de waarheid en het leven.
Neem ons bij de hand op onze levensweg,
in goede en kwade dagen,
bij vreugde en pijn,
bij vallen en opstaan.
Zegen het pad waarop onze voeten gaan.
Dat vragen wij omwille van uw heilige naam,
die blijven zal tot in uw eeuwigheid. Amen.

OVERWEGING EUCHARISTIEVIERING door br. Jan ter Maat
Lezingen
Testament van Clara, vers 5-7
De Zoon van God is voor ons de weg geworden,
die onze allerzaligste vader Franciscus,
zijn ware minnaar en navolger,
ons door woord en voorbeeld heeft getoond en geleerd.
Daarom moeten wij, geliefde zusters,
de onmetelijke weldaden overwegen
die God ons geschonken heeft,
maar vooral de weldaden die God
door zijn geliefde dienaar, onze zalige vader Franciscus,
in ons heeft willen bewerken.

2e brief van Clara van Assisi aan Agnes van Praag, vers 11c t/m 14
Houd je houvast vast, doe wat je doet en geef niet op.
Je moet met snelle stap, met lichte tred
zonder je voeten te stoten,
zodat je schreden zelfs geen stof laten opwaaien,
onbezorgd, blij en opgewekt
het pad van de gelukzaligheid voorzichtig gaan.
Geloof niemand, stem met niets in
wat je van dit voornemen wil afbrengen,
wat een struikelblok voor jou op de weg legt,
want anders kun je je geloften aan de Allerhoogste
niet inlossen in die volmaaktheid
waarin de Geest van de Heer je geroepen heeft.

Johannes 14, 1-7
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo, dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij. opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend.” Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. “Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij. Als gij Mij zoudt kennen, zoudt gij ook mijn Vader kennen. Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.”

Overweging
Op de voor- en achterzijde van je boekje zie je een labyrint staan. Een labyrint, geen doolhof.
In een doolhof moet je immers keuzes maken: steeds opnieuw besluiten of je links of rechts zal gaan. Merken dat je vastloopt en een stuk terug moet gaan om een nieuwe keuze te maken, een andere keuze.
In een labyrint valt de stress weg, de keuzestress die zo past bij de tijd waarin we leven. Een labyrint leidt immers zeker naar de kern, naar het einddoel van de weg. Eén lange slingerweg, die je dichtbij het midden brengt en dan via het bochtige pad weer even van het centrum weggaat.
Een labyrint dus, waaraan je je kunt overgeven en gewoon de weg kunt gaan die voorgegeven is en ontegenzeggelijk naar je einddoel leidt.
Dat is het ideale plaatje voor ons leven. Een leven, kabbelend als een beekje, hier en daar een bijzondere wending, waardoor de zon weer warm op je gezicht schijnt, onderweg naar de toekomst die ons beloofd is: een eeuwige toekomst met God.
Maar zo is het leven niet. Het leven is een weg, die onrust geeft, want jijzelf hebt het stuur in handen. Talloze kruispunten kom je tegen: Ga ik links, ga ik rechts? Welke keuze is het beste, wat leidt naar het goede? En eenmaal gekozen, merken we vaak, dat we de weg verkeerd hebben ingeschat.
Als we de lezingen van vandaag horen, dan lijken die op het eerste gezicht uitermate positief over ‘de weg’. Een gemak wordt ons geschetst, een gemak dat niet met onze ervaring van het leven in overeenstemming lijkt. Zijn de evangelist Johannes en onze heilige zuster Clara werkelijk zo wereldvreemd dat ze enkel nog zachtjes naar de hemel kunnen zweven?
Misschien moeten we eerst eens nauwkeuriger kijken naar dat beeld, het beeld van ‘de weg’. Je weet misschien dat de christenen helemaal in het begin bekend stonden als ‘de mensen van de weg’ [Handelingen 9,1-6]. Wij als christenen noemen ons de navolgers van Christus. In de franciscaanse familie spreken we nogal eens over onszelf als navolgers van Christus, in de voetsporen van Franciscus en Clara. Klopt dat? Zijn we dat?
Als we ons met deze termen de weg voorstellen, dan zie ik een zandweg voor me, waarin ik in het stuk voor me, drie paar grote voetstappen zie: van Jezus, en van Franciscus en Clara. Ik zie ook dat de passen die Franciscus en Clara zetten heel nauwkeurig de stevige voetafdrukken van Jezus proberen te volgen.
En ik… Ik hoef enkel maar te doen wat zij hebben gedaan. Met mijn voeten, in hun stappen verder gaan door het rulle zand.
Maar zo is het niet. Als ik naar de weg kijk, dan zie ik dat die voor mij ligt, ongerept. Het is een pad dat nog niet gelopen is. De voetafdrukken van Franciscus en Clara, zie ik niet. Ja toch, ik zie ze, als ik omkijk. Ik en jij, wij gaan niet de weg van Clara en Franciscus, wij gaan onze eigen weg. Franciscus en Clara hebben ons wel geleerd hóe je de weg moet gaan, maar zelf zijn ze hun eigen weg gegaan, niet de jouwe, niet de mijne. Franciscus en Clara hebben ons de weg wel geleerd door woord en voorbeeld, maar zijn ónze weg niet gegaan.
En ook Jezus loopt niet voor ons uit. Hij is zijn eigen weg gegaan, de weg die elk mens gaat, maar wel zijn eigen weg.
Wat is dan ons kompas? Hoe weet je dan je weg te gaan in het doolhof van het leven? Als je de voetsporen niet zien kunt, de voetsporen die je veilig door het leven loodsen? Hoe navigeer je door de grote zandwoestijn van het bestaan?
“Laat uw hart niet verontrust worden”, zegt Jezus: wees niet bang. “Ik bén de weg.” Jezus loopt niet voor je uit. Hij zegt niet: “Ik wijs de weg.” Hij ís de weg. Hij geeft je voeten vastigheid. De weg, die zie je pas, als je naar beneden kijkt, als je kijkt waar je voeten staan.
Broeder Massimo Fusarelli, de minister-generaal van de minderbroeders franciscanen, heeft bij gelegenheid van het Clarafeest voor de eerste maal een brief geschreven aan onze zusters clarissen. In die brief gaat hij erop in hóe de weg eruit ziet, de weg die Jezus Christus is, de weg die Clara en Franciscus ons in woord en daad geleerd hebben. De manier van leven, die Clara en Franciscus ons tonen, is een leven dat steeds opnieuw in wisselwerking treedt met het evangelie. Clara is zich ervan bewust geworden dat leven en evangelie elkaar steeds opnieuw ontmoeten en beïnvloeden. Het evangelie wijst het leven de weg naar het goede, leidt steeds opnieuw naar een ander, een beter leven. En het leven, het eenvoudig gaan van onze eigen weg, doet ons steeds beter het evangelie verstaan.
In alle mensen, mannen en vrouwen, die wij ontmoeten, in alle kleinen en kwetsbaren van deze tijd, in de schepping, in alle mensen die zoeken naar zin en waarheid, wordt een nieuw licht geworpen op de betekenis van het evangelie, op de betekenis van Jezus’ aanwezigheid in de wereld, op de betekenis van alles wat Hij gedaan heeft en nog doet.
Het gaan van jouw eigen weg, het lukt je pas als je steeds opnieuw naar beneden kijkt, naar de Weg, die jouw voeten draagt, naar Jezus. Hij loopt niet voor je uit, maar is veel dichter bij je. Hij is de bodem van je leven. Tuur niet teveel de toekomst in, maar kijk hier en nu om je heen. Kijk naar wie je draagt: Jezus, de weg. En kijk naast je, daar zie je al die mensen, die God op jouw weg heeft gestuurd om je te ontmoeten, om met je mee te lopen. Als je naast je kijkt, naar wie je hier en nu ontmoet, dan ontdek je waar joúw eigen paadje loopt. Dan vormen die kleinen en armen, de schepselen van de Allerhoogste en alle zoekers, de haagjes van jouw doolhof.
Dan lukt het je misschien om snel te lopen, met lichte tred, onbezorgd en blij. De weg is helderder geworden, niet zo’n zoektocht meer. Dan voorzichtig verder stappend, zie je misschien dat jouw doolhof geen doolhof meer is. Maar dat het wordt tot een volmaakte weg, een slingerweg, een labyrint. Waar in het midden Hij staat, die jouw geroepen heeft.


Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.